CircleFrame handleiding

Het CircleFrame is, net als het GraphGrid, een slim accessoire voor het TactiPad. Je kunt naast tekeningen ‘uit vrije hand’, nu ook tekeningen maken waarbij cirkels een belangrijke rol spelen. Eenvoudig en snel tekenen van mooie repeterende patronen, mandala’s, taartdiagrammen, klokken met wijzers of wiskundige functies. Je gebruikt daarbij een van de tekenhulpstukken zigzagdriehoek, de kleine driehoek of de taartpunt als mal in de cirkel van het CircleFrame.
Na verloop van tijd hebben zaken als hoeken, overlapping, graden en rotatie geen geheimen meer.

Vormgeving van het CircleFrame

Midden in het CircleFrame is een grote cirkel met een doorsnede van 20 centimeter gemaakt. Dat is het eigenlijke tekenvlak waarin je de tekening maakt. Langs de rand van die cirkel vind je goed voelbare aanduidingen voor elke vijf graden die een grote gradenboog vormen. De tekenhulpstukken worden tegen deze rand aan gelegd.
Iets buiten de rand van de cirkel zijn ook aanduidingen aangebracht: een druppelvorm voor elke 30 graden, een streepje voor elke 45 graden of de combinatie van beide, daar waar ze samenvallen bij 0, 90, 180 en 270 graden.
In de buitenrand van het CircleFrame zijn inkepingen gemaakt die, gezien vanuit het middelpunt van de cirkel, op dezelfde lijn liggen als de aanduidingen van de graden langs de binnenrand.
Omdat de cirkel precies in het midden van het CircleFrame zit, is het frame horizontaal en verticaal symmetrisch. Daardoor is er geen verschil in vorm tussen de gele voorkant en zwarte achterkant en ligt het CircleFrame dus altijd op de juiste manier op het TactiPad.
In het CircleFrame zijn sleuven gemaakt die op de acht knoppen van het TactiPad passen. De knoppen in de randen plaats je daarvoor op vijf centimeter vanaf de hoeken van het tekenvlak. Het CircleFrame kun je vervolgens op drie verschillende posities plaatsen: precies op het tekenbord, waarbij de randen samenvallen met die van het TactiPad, of links of rechts van het midden.

Tekenhulpstukken – Gaatjes, gleufjes en haakjes

Het is prettig te weten dat extra houvast en handigheidjes het gebruik van de tekenhulpstukken nog gemakkelijker maken.
In de hoeken van de hulpstukken zijn goed gemarkeerde gaatjes van één millimeter aangebracht. Daar doorheen kun je ze met spelden vast steken in de rubberen onderlaag van het tekenbord.
Op verschillende plaatsen zijn ‘penstops’ aangebracht langs de randen van de hulpstukken. Dit zijn hele kleine uitstekende puntjes of inkepingen die speciale posities aangeven in de tekening. Ze geven je informatie over waar je bent in de tekening als je er met de pen langs of tegenaan komt en blokkeren de pen wanneer dat nodig is.

Zigzagdriehoek – Prachtige herhalende patronen

De grote zigzagdriehoek past met zijn afgeronde hoeken precies in de cirkel van het CircleFrame en kan daarin rond draaien. Een van de hoeken is breder dan de andere twee en heeft een inkeping van 4 millimeter breed in het midden waarmee je het hulpstuk uit kunt lijnen op de graadaanduiding in de rand van de cirkel. De overliggende zijde is recht. Je maakt daarmee een gelijkzijdige driehoek als je deze drie keer na een draaiing van 120 graden tekent. Op de rechte zijde zijn ook twee penstops gemaakt die aangeven hoe lang de lijn moet zijn voor het tekenen van een zeshoek. Deze kun je tekenen door de zigzagdriehoek steeds 60 graden te draaien.
De overige twee zijden kun je omtrekken om mooie patronen te creëren: een van de twee heeft een golvend patroon, de andere bestaat uit een zigzaglijn. Deze vorm met de rechte kant en de twee patronen is ook als kleinere uitsparing in het midden van de driehoek aangebracht.

Kleine driehoek – Creatieve variatie met kartonnen mallen

De kleine driehoek dient met name als voorbeeld voor het maken van eigen tekenmallen van karton of een ander stevig materiaal. De lengtes van de zijden van de driehoek zijn zo gekozen, dat als je ze tegen de rand van de cirkel in het CircleFrame legt, ze precies een boog van 45, 60 of 90 graden beslaan. Door de driehoek dan 8, 6 of 4 keer te verplaatsen langs de cirkelrand komt deze weer op de beginpositie terecht. Wanneer je de zijde van je mal een van deze lengtes geeft, past deze dus precies een geheel aantal keer in de volledige 360 graden van het CircleFrame.
Je kunt oneindig met vormen en patronen variëren als je in de mal ook nog een vorm uitsnijdt en die langs de binnenkant na trekt. Echt interessant wordt het als je daarbij ook voor herhaling en/of gedeeltelijke overlap in de tekening zorgt. Dit bereik je door je zelf gemaakte mal net als de driehoek tegen de binnenkant van het CircleFrame te leggen en telkens langs de rand daarvan op te schuiven. De aanduidingen voor de graden kun je benutten voor het bepalen van de mate van herhaling van het patroon.

Taartpunt 1 – Straal, middelpunt en taartdiagram

Het ‘taartpunt’-hulpstuk heeft de vorm van een taartpunt waarbij een van de zijden rond is, zodat deze precies tegen de binnenkant van de cirkel in het CircleFrame past. Met een vinger in het ronde gat in het midden van het hulpstuk kun je hem tegen de rand op zijn plaats houden. De taartpunt beslaat een boog van 45 graden.
De ene rechte zijde eindigt in een klein uitstekend puntje die als penstop dient. Deze valt precies samen met het midden van de cirkel. Zodoende kun je zowel het middelpunt als de straal van de cirkel tekenen.
De andere zijde van de taartpunt is licht naar binnen toe gekromd. De zijden lopen in een afgeplatte punt naar elkaar toe. De gekromde zijde heeft penstops die de straal vanaf het midden van het CircleFrame per centimeter aangeven. Het stootblokje dat is aangebracht tussen de penstops voor 2 en 3 centimeter is bedoeld voor het positioneren van de passer.
De taartpunt kun je gebruiken om taartdiagrammen te tekenen, waarmee in vakgebieden als wiskunde, economie en aardrijkskunde informatie vaak wordt weergegeven. Hierbij komen percentages overeen met een ‘taartpunt’ van een bepaald aantal graden. Door op de binnenrand van het CircleFrame de hoek tussen twee stralen te meten, kun je zo heel precies een taartdiagram opzetten. Ook veel andere wiskundige gebieden waarin graden en hoeken een rol spelen, zoals polaire en goniometrische functies of vectoren, kunnen aan de hand van de graadverdeling in het CircleFrame worden uitgelegd.

Elastieken als stralen

Naast de taartpunt kun je ook elastieken gebruiken om de diameter en het midden van de cirkel voelbaar te maken. Rondom de buitenkant van het CircleFrame zijn inkepingen aangebracht waarin je de elastieken kunt haken. Deze zijn zo geplaatst dat de elastieken precies samenvallen met de maatverdeling per 5 graden aan de binnenkant van het frame. De elastieken kruisen elkaar precies in het middelpunt van de cirkel als ze diagonaal rond het CircleFrame vast gehaakt worden. De posities voor 0, 30, 45, 60, 90 graden, enz. zijn gemakkelijk te herkennen aan de iets bredere inkepingen.

Taartpunt 2 – De passer combineren met het CircleFrame

Een andere functie van de taartpunt is om de passer in het middelpunt van het CircleFrame te plaatsen. Dit doe je door de taartpunt ergens tegen de rand van de cirkel te leggen en het middelpunt van de passervoet recht tegen de afgeplatte punt van de taartpunt te duwen. Hierdoor haakt dit middelpunt nu om de penstop van de taartpunt heen.
Door de passervoet iets tegen de klok in te draaien komt deze met een oor tegen het rechthoekige stootblokje op de kromme zijde van de taartpunt te liggen. Op dat moment ligt de passervoet precies in het midden van het CircleFrame. Door het hulpstuk weg te nemen en de passerarm in de voet te zetten kun je zo een cirkel precies in het midden van het CircleFrame tekenen.
Ook kun je de passer met de binnenrand van de cirkel combineren. De inkepingen die op elke vijf graden zijn aangebracht hebben de vorm van een halve cirkel met dezelfde diameter als de naald van de passer.
Je zet de passervoet op het CircleFrame en schuift de naald van de passer in een van de inkepingen langs de rand. De middelpunten van de cirkelbogen staan daarmee precies op de cirkelrand van het CircleFrame. Door meerdere bogen langs de rand van de cirkel te tekenen creëer je zo een interessant repeterend geometrisch patroon.

Taartpunt 3 – De wijzers van de klok

Rondom de cirkel van het CircleFrame zijn de hoeken per 30 graden aangeduid met druppelvormige uitsparingen die met de punt naar binnen wijzen. Daaraan zijn de twaalf uren van de klok herkenbaar.
Voor het tekenen van de klok gebruik je ook het taartpunthulpstuk. Hierin zijn langs de ronde kant sleufjes aangebracht steeds op een afstand van 1 minuut, oftewel 6 graden. De langere sleuf van 2 centimeter geeft het tijdsverloop van 1 uur aan. Door het hulpstuk met de ronde zijde tegen de rand van de cirkel te plaatsen en de rechte zijkant uit te lijnen met een heel uur, kun je de minuten afmeten en daarna de wijzers van de klok als stralen heel nauwkeurig tekenen voor elk gewenst tijdstip.